Mandaat en draagvlak (werkvorm)

Situering en doel

Wanneer je als vertegenwoordiger van een organisatie in een samenwerkingsverband stapt, is het aangewezen dat je een “mandaat” krijgt. Daarmee maakt jouw organisatie duidelijk wat ze van jou verwacht en ook wat jouw speelruimte is om beslissingen te nemen. Meteen weten de andere partijen ook wat ze aan je hebben.

Een “mandaat” is de omschrijving van de bevoegdheid om in naam van een ander te handelen. In een mandaat worden de opdracht, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en de mogelijke speelruimte (marges) omschreven die je krijgt om in naam van jouw organisatie te handelen. Een mandaat kan informeel zijn, of kan ook formeel vastgelegd zijn.

In tegenstelling tot wat velen denken is een “mandaat” geen vaststaand gegeven, maar eerder een dynamisch samenspel tussen individu, organisatie en netwerk. Het mandaat kan groeien en evolueren doorheen de samenwerking. In onderstaand model wordt het dynamisch karakter van het mandaat geschetst.

Model

Er is een belangrijke wisselwerking tussen het mandaat en het intern draagvlak in de organisatie.

Als het intern draagvlak voor de netwerksamenwerking breed is, dan is het makkelijker om het mandaat duidelijk te omschrijven. De organisatie weet waar men naartoe wil met deze samenwerking en vaardigt vanuit deze visie iemand af naar het samenwerkingsverband. Deze vertegenwoordiger weet waar hij/zij staat, voelt zich gesteund door zijn achterban en kan ook sturing en coaching krijgen voor zijn rol in de samenwerking.

Wanneer deze persoon vanuit deze duidelijke visie en met een duidelijk mandaat deelneemt aan de gesprekken is de kans groot dat hij/zij een krachtige plaats inneemt in het overleg en zo invloed verwerft in de netwerksamenwerking.

Door deel te nemen aan de samenwerking komen er kennis, inzichten, vragen, uitdagingen, feedback naar boven die teruggekoppeld kunnen worden naar de eigen organisatie. Aangezien er een draagvlak is, staat de organisatie open voor deze communicatie. Door op gepaste wijze te informeren over het samenwerkingsproces en de (leer)winsten wordt het engagement, de visie en het intern draagvlak van de organisatie beïnvloed. Dit kan op zijn beurt weer doorwerken in het mandaat dat de vertegenwoordiger krijgt.

We kunnen de cyclus ook vanuit de andere pool benaderen. In een situatie met een onduidelijk intern draagvlak en een gebrek aan visie op de samenwerking, ontstaat als vanzelf een onduidelijk mandaat. Dit leidt ertoe dat men vaak terug moet koppelen naar de eigen organisatie, vooraleer men een positie kan innemen. Dit kan er toe leiden dat het intern draagvlak nog meer op de proef gesteld wordt en dat de betrokkenheid van de organisatie afzwakt. Het omgekeerde kan ook: door vaak terug te koppelen kan er juist interesse ontstaan binnen de eigen organisatie om de betrokkenheid scherper te stellen, waardoor er een positieve dynamiek kan ontstaan.

Bron: Pronet