In het geheugen gegrift
De invloed van een leraar reikt ver. Die invloed uit zich in de woorden en daden van leraren, en in de impact daarvan op hun leerlingen. We polsten twee vrijdagen op rij naar de meest positieve en meest negatieve herinneringen die onderwijsprofessionals hebben aan hun eigen periode als leerling. In totaal kregen we 302 antwoorden. Hieronder een aantal inzichten en een bloemlezing van de markantste antwoorden.
The memory keeps the score
Het is duidelijk dat woorden die uitgesproken worden in een klaslokaal een blijvende indruk kunnen nalaten, zowel in positieve als in negatieve zin. De rode draad doorheen de herinneringen is het menselijke: hoe leraren en leerlingen met elkaar omgaan. In positieve zin gaat het over het geloof in de leerling die soms met zichzelf worstelt en onder begeleiding grote stappen in zijn ontwikkeling zet. In negatieve zin gaat het over het vernederen of kleineren van de leerling.
Mijn leerkracht Frans, vijfde middelbaar. Ik was niet goed in Frans, maar deed mijn best. Bij creatievere opdrachten motiveerde ze me steeds om dit aan te pakken. Ik werd ook echt beloond voor mijn creatieve invulling. Met mondelinge en schriftelijke complimenten en een mooi resultaat. Dat was heel fijn!
Onze spreekbeurt (groepswerk) over de nieuwe tijd werd helemaal afgekraakt toen we nog vooraan in de klas stonden. Enkele groepsleden bezweken emotioneel onder de vernedering. Ik zat in het vijfde leerjaar.
De warmte van menselijk contact komt naar voren in de knuffel die een leerling krijgt bij het overlijden van een grootouder, of in de knuffel van een klastitularis uit het eerste middelbaar die merkt dat een leerling het moeilijk heeft en op die manier steun biedt. Of in de leraar die een boek uit de schoolbibliotheek aan de kant hield om het aan een leerling te geven, en zo een levenslange liefde voor lezen aanwakkerde.
Jammer genoeg gaat het ook over de kilte die een leerling ervoer toen een leraar pestgedrag in de hand werkte: het meisje werd vooraan gezet, waarna de leraar aan de klas vroeg of ook maar iemand iets goeds over haar kon zeggen. Of aan een toets die teruggegeven wordt met met als commentaar 'hopeloos'.
Eeuwigdurende vluchtigheid
Het toont de belangrijke plaats die een leraar inneemt in de ontwikkeling van een leerling. De leraar is vaak een spiegel voor de leerling die, zoals iedereen, nood heeft aan waardering en erkenning. Denk aan het verschil tussen een goedgeschreven opstel dat voor de hele klas wordt voorgelezen, en het uitgelachen worden om je uitspraak van het Engels. Een ervaring die tot op vandaag iemand terughoudend maakt om Engels te spreken.
Uitgelachen worden door mijn leerkracht Engels omwille van mijn uitspraak. Ik durfde sindsdien geen Engels meer te spreken voor de klas/een groep. Pas sinds ik begon te reizen heb ik die angst opzij kunnen zetten.
Het woord van een leraar is soms ook vluchtig. In elk geval voor de leraar zelf. We staan er niet altijd bij stil wat woorden kunnen veroorzaken, en we zijn die woorden vaak ook tegen het einde van de les alweer vergeten. Bij de ontvanger kunnen de woorden veel langer blijven hangen. Soms zorgt één argeloze regel inkt een halve eeuw later nog voor weerklank.
Mijn leerkracht in het zesde leerjaar was zo vol bewondering van het feit dat ik dwarsfluit speelde. Ze vroeg soms om tijdens de middagpauze eens samen te spelen: zij op haar blokfluit, ik op mijn dwarsfluit. Een leerkracht die zo om je talent geeft betekende erg veel voor mij als kind. Ik ga nu ook zelf op zoek naar het potentieel en talent in elk kind. Ik ben nog steeds juf Greet erg dankbaar voor haar manier van lesgeven en persoonlijke aanpak.
Smeulend vuur
Boodschappen kunnen zuurstof geven aan een vuur dat smeult. De herinnering kan een kompas zijn voor hoe onze respondenten zelf met leerlingen willen omgaan. Ze stellen dit letterlijk: "Ik doe dit nu ook altijd in de klas."
Toen de meester uit het zesde leerjaar probeerde duidelijk te maken dat een vierkant altijd een vierkant blijft, ook als je het op z’n zij zet en het lijkt een ruit. Om het te bewijzen, liet hij het kleinste kind naar voor komen. ‘Wie is dit?’, vroeg hij dan. We riepen de naam van die leerling. Hij nam die leerling op en legde hem ‘horizontaal’ op zijn armen. ‘Wie is dit?’ We riepen al giechelend zijn naam. Dan nam hij die leerling ondersteboven. ‘Wie is dit?’ We schaterden het uit van het lachen. Nooit ben ik dit vergeten en ik doe dit nu ook altijd in de klas.
Het kompas kan ook de andere richting uitwijzen. Ervaringen uit hun eigen tijd als leerling zorgen er net voor dat leraren heel goed weten hoe ze niet met hun leerlingen willen omgaan, bijvoorbeeld wanneer ze een rapport schrijven.
Een rapportcommentaar uit het vierde leerjaar, en het is nu 50 jaar later. Qua indruk kan dat tellen. Daarom dat ik er extra veel aandacht aan besteed wanneer ik ze nu zelf schrijf.
Intentionele sporen
Er zit een les in de antwoorden van onze respondenten: ga als leraar voldoende intentioneel om met wat je zegt en doet ten aanzien van een leerling. Want elk woord dat je meegeeft aan een leerling heeft in zich de kiem voor een blijvende positieve of negatieve herinnering.